Beleidsreactie invoeringstoets Wki: wat nu?

Praktijkknelpunten benoemd, maar nog onvoldoende erkend

Op maandag 29 juni 2026 is de beleidsreactie op de invoeringstoets van de Wet kwaliteit incassodienstverlening gepubliceerd door het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Daarmee is er een belangrijk vervolg op de validatiesessies waarover wij eerder schreven. In die sessies zijn de signalen uit de praktijk opgehaald en getoetst: wat werkt, wat schuurt en waar loopt de uitvoering van de Wki vast?

De beleidsreactie laat zien dat de signalen niet volledig zijn genegeerd. Er wordt beweging aangekondigd op belangrijke punten zoals registratie, diploma-eisen, handhaving en de evaluatie van de wet. Tegelijkertijd blijft de echte erkenning van de impact op de praktijk beperkt. Veel knelpunten worden vooral doorgeschoven naar verkenningen, terwijl de bestaande verplichtingen voorlopig gewoon blijven gelden.

Voor NowID voelt dat dubbel. Het is positief dat de praktijkproblemen nu op papier staan, maar daarmee zijn ze nog niet opgelost. Voor veel organisaties blijft de onzekerheid groot en de uitvoeringsdruk onverminderd hoog. De door NowID aangekaarte knelpunten rondom de niveau-eis, de status van stagiaires onder de Wki en de jaarlijkse inschrijfkosten zijn niet meegenomen.

Wat staat er in de beleidsreactie?

De beslisnota bij de Kamerbrief bevat zes hoofdpunten. Het ministerie wil inzetten op:

  1. gerichte communicatie over de reikwijdte van de Wki en de gevolgen van niet-registreren;
  2. een peilmoment na 1 oktober 2026 om de registratiegraad te beoordelen;
  3. een verkenning naar een scherpere afbakening van de reikwijdte van de Wki;
  4. een verkenning naar aanpassing van de vakbekwaamheidseisen, vooral de diploma-eisen;
  5. een verkenning naar een bestuurlijke boete voor niet-registreren;
  6. het vervroegen van de wetsevaluatie naar 2028.

Dat zijn geen kleine onderwerpen. Zeker voor organisaties die nog twijfelen of zij onder de Wki vallen, is dit hét moment om de eigen positie opnieuw te beoordelen.

1 oktober 2026 wordt een belangrijk kantelpunt

Een van de belangrijkste datums blijft 1 oktober 2026. Vanaf die datum treden de civielrechtelijke gevolgen van artikel 18 Wki in werking. Kort gezegd: als een partij registratieplichtig is maar niet geregistreerd staat, is de schuldenaar niet gehouden om aan die partij te betalen. Ook zijn incassokosten dan niet verschuldigd – ook niet wanneer daarna alsnog een geregistreerde incassodienstverlener wordt ingeschakeld.

Dat maakt niet-registreren vanaf 1 oktober 2026 aanzienlijk risicovoller. Niet alleen richting toezichthouders, maar ook in de incassopraktijk zelf. Een opdrachtgever, schuldenaar of gemachtigde kan de registratievraag dan direct koppelen aan de betalingsverplichting.

Opvallend is dat op 11 juni 2026 slechts 269 partijen geregistreerd stonden in het incassoregister, terwijl de potentiële groep registratieplichtige partijen veel groter is. Volgens de beslisnota komt dat deels doordat veel organisaties zichzelf niet herkennen als incassodienstverlener. Een ander deel laat registratie bewust liggen vanwege de kosten.

Dat bevestigt precies het probleem dat NowID al langer signaleert: de Wet raakt veel meer partijen dan zij zelf beseffen, terwijl de uitleg en uitvoerbaarheid achterblijven. Onze boodschap blijft daarom simpel: kijk niet naar je functietitel of branchelabel, maar naar je feitelijke werkzaamheden. Ook VvE-beheer, vastgoedbeheer, factoring, creditmanagement, kredietverzekeraars, BNPL-processen en andere partijen kunnen met de Wki te maken krijgen.

Meer duidelijkheid over de reikwijdte is hard nodig

Het ministerie kondigt gerichte communicatie aan over de werking en reikwijdte van de Wki. Daarbij worden ook schuldeisers expliciet genoemd. Dat is terecht, want veel onduidelijkheid ontstaat niet bij de incassodienstverlener alleen, maar juist in de keten.

Tegelijk erkent de beslisnota dat de huidige reikwijdte in sommige situaties knelt. Partijen die in een vroege fase kosteloos aanmanen, zoals VvE-beheerders en brancheorganisaties, voelen zich soms gedwongen om vorderingen sneller over te dragen aan een geregistreerde incassodienstverlener. Dat kan juist leiden tot extra kosten voor schuldenaren. En dat was nu net niet de bedoeling van de wet.

Ook het ongelijke speelveld met professionele zelfincassanten wordt benoemd. Bedrijven met een eigen incassoafdeling kunnen professioneel incasseren zonder onder dezelfde registratieplicht en kwaliteitseisen te vallen. Het ministerie gaat verkennen hoe schuldenaren ook in die situaties beter beschermd kunnen worden, zonder de beschermingsdoelstelling van de Wki los te laten.

Dat is een belangrijk punt, maar voor NowID ook een gemiste kans. De praktijk vraagt niet alleen om communicatie, maar om duidelijke keuzes. Bescherming van schuldenaren en een gelijk speelveld voor professionele incassopraktijken horen bij elkaar. Zolang die balans ontbreekt, blijven goedwillende partijen onevenredig veel last dragen.

Diploma-eisen: erkenning van een praktijkprobleem

De beleidsreactie bevestigt dat de diploma-eis in artikel 2.2 Bki in de praktijk problemen oplevert. Vooral ervaren medewerkers zonder het vereiste formele opleidingsniveau en stagiairs lopen tegen de huidige regels aan.

Voor medewerkers die vóór 1 april 2024 al actief waren als incassomedewerker, bestaat tijdelijk coulancebeleid. Maar dat lost niet alles op. Stagiairs blijven bijvoorbeeld lastig inpasbaar, terwijl juist nieuwe instroom nodig is om de sector professioneel en toekomstbestendig te houden. Ook kunnen ervaren incassomedewerkers zonder de vereiste papieren niet van werkgever wisselen: dan gaat de uitzondering namelijk niet op.

Het ministerie gaat daarom verkennen of de diploma-eisen kunnen worden aangepast, met behoud van kwaliteit. Dat laatste is voor NowID essentieel. Vakbekwaamheid moet aantoonbaar zijn, maar hoeft niet uitsluitend uit een diploma te bestaan. Praktijkervaring, gerichte opleiding, permanente educatie en toetsbare proceskennis verdienen een serieuze plek in het stelsel.

Voor NowID is dit geen detail, maar een fundamenteel uitvoeringsprobleem. De sector heeft behoefte aan kwaliteit, maar ook aan regels die aansluiten bij hoe vakbekwaamheid in de praktijk wordt opgebouwd.

Handhaving: mogelijk een bestuurlijke boete

De Inspectie JenV kan nu handhaven met een last onder dwangsom. Wat volgens de beslisnota ontbreekt, is de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen over de periode waarin een partij ten onrechte niet geregistreerd stond.

Het ministerie gaat verkennen of zo’n boete mogelijk, noodzakelijk en wenselijk is. Daarbij moet ook worden gekeken naar de bestaande strafbaarstelling, omdat dubbele bestraffing voor hetzelfde feit niet is toegestaan.

Voor de praktijk is vooral de richting relevant: de overheid kijkt niet alleen naar betere uitleg, maar ook naar steviger handhaving. Wie registratieplichtig is, kan zich niet blijven verschuilen achter onduidelijkheid. Maar de overheid moet er dan ook voor zorgen dat die duidelijkheid tijdig, concreet en werkbaar beschikbaar is.

Wetsevaluatie vervroegd naar 2028

De wetsevaluatie wordt een jaar naar voren gehaald, naar 2028. Dat is verstandig. De signalen uit de invoeringstoets en validatiesessies zijn duidelijk genoeg om eerder integraal naar de wet te kijken.

In die evaluatie wordt breder gekeken dan alleen de registratieplicht. Ook de positie van schuldeisers en de tariefstructuur voor doorbelasting van toezichtkosten worden meegenomen. Dat is relevant voor alle partijen die Wki-compliant willen werken, maar ook worstelen met uitvoerbaarheid en kosten.

Tegelijk blijft 2028 voor de praktijk ver weg. Organisaties moeten nu beslissingen nemen, nu investeren en nu risico’s inschatten. Een vervroegde evaluatie is welkom, maar biedt geen directe oplossing voor de knelpunten waarmee partijen vandaag te maken hebben.

Wat moet je nu doen?

De beleidsreactie is geen pauzeknop. Het is ook geen oplossing. Het is vooral een signaal dat de problemen bekend zijn, maar dat de huidige Wki voorlopig gewoon blijft gelden.

Voor incassodienstverleners en aanverwante organisaties betekent dit:

  • Controleer of je onder de Wki valt. Beoordeel je feitelijke werkzaamheden, niet alleen je organisatienaam.
  • Ben je registratieplichtig, bereid registratie dan tijdig voor. Wacht niet tot vlak voor 1 oktober 2026.
  • Breng vakbekwaamheid in kaart. Kijk naar diploma’s, ervaring, coulancebeleid, stagiairs en permanente educatie.
  • Zorg dat processen aantoonbaar op orde zijn. Denk aan informatievoorziening, administratie, klachtenafhandeling, dossieropbouw en communicatie met schuldenaren.

Standpunt van NowID

Voor NowID bevestigt deze beleidsreactie wat wij al langer zien: de Wki heeft een belangrijk doel, maar de uitvoering sluit nog onvoldoende aan op de dagelijkse incassopraktijk.

Goede incasso vraagt om kwaliteit, transparantie en bescherming van schuldenaren. Maar ook om werkbare regels, redelijke kosten, ruimte voor praktijkervaring en een gelijk speelveld. Anders worden juist de partijen die wél netjes willen voldoen het hardst geraakt.

NowID voelt zich in deze beleidsreactie daarom maar beperkt gehoord. De knelpunten worden genoemd, maar niet met de urgentie opgepakt die de praktijk nodig heeft. Verkenningen zijn niet genoeg voor organisaties die nu al moeten voldoen aan complexe verplichtingen, kosten maken en risico’s lopen.

NowID blijft daarom doen waarvoor wij zijn opgericht: incassodienstverleners praktisch, betaalbaar en onafhankelijk helpen voldoen aan de Wki. Met opleidingen, permanente educatie, templates, procesbeschrijvingen, begeleiding bij registratie en onafhankelijke klachten- en geschillenafhandeling.

Stappen richting verbetering, maar nog geen echte oplossing

De beleidsreactie is een stap, maar geen doorbraak. De knelpunten rond reikwijdte, registratie, diploma-eisen, handhaving en kosten worden benoemd. Maar veel blijft voorlopig hangen in communicatie, monitoring en verkenning.

Den Haag beweegt dus, maar langzaam. De Wki staat intussen gewoon overeind. En jouw compliance moet dat ook.